Sabbat, een geschenk uit de hemel

De Zevende Dag een geschenk uit de hemel  
   

Van tijd tot tijd wordt de discussie over een wekelijkse rustdag opnieuw aktueel. Zoals nog niet zolang geleden tijdens de debatten over de winkelsluiting op zondag. Organisaties ter bevordering van de zondagsrust nemen een standpunt in op basis van religieuze achtergronden. Anderen bepleiten een wekelijkse rustdag om te ontsnappen aan wat wel de 24 uurs economie wordt genoemd. Maar van welke kant de discussie over een wekelijkse rustdag ook bezien wordt, iedereen is het er over eens dat de mens die zichzelf geen rust gunt, doldraait. De tredmolen van werken, eten, televisie kijken, slapen etc. vraagt nu eenmaal om een noodzakelijke onderbreking. In dit stuk komt een groot aantal historische en religieuze aspecten aan de orde met betrekking tot de wekelijkse rustdag. Er wordt ingegaan op de vraag welke invulling zo'n rustdag verdient. Is de wekelijkse rustdag een dag van uitslapen, winkelen, sporten en familiebezoek, of heeft die dag een diepere betekenis? Lees hoe een objectieve beschouwing tot zeer verrassende uitkomsten kan leiden!


Een Godsgeschenk geruild!


De wekelijkse rustdag komt al aan de orde op de allereerste bladzijden van het boek dat 't verst teruggaat in de geschiedenis van de mensheid: de Bijbel. In het Bijbelboek Genesis lezen we hoe God de wereld en alles wat daarop te vinden is, schiep in zes dagen. De zevende dag rustte Hij van zijn scheppingswerk. Die dag werd in letterlijke betekenis een dag van recreatie. Zes dagen hield God zich bezig met creatie, schepping, De zevende dag richtte Hij in als monument van Zijn schepping, een dag van herschepping. Dat oude bijbelverhaal vormt ook de enige verklaring voor de tijdsindeling zoals wij die kennen. Onze seconden, minuten, uren, dagen, maanden en jaren laten zich wetenschappelijk verklaren door de loop van sterren en planeten, de weekindeling kent geen andere oorsprong dan het bijbelse scheppingsverhaal. De joodse geleerde Abraham Heschel omschreef de wekelijkse rustdag als volgt: Toen God besloot een monument op te richten voor de schepping, had Hij verschillende keuzen. Hij had een enorme kathedraal kunnen bouwen of een gedenksteen van een gigantische omvang kunnen oprichten. Met alle praktische problemen van dien. De zo gekozen plaats van aanbidding zou een voor velen moeilijk bereikbaar heiligdom zijn, het zou onderhevig zijn aan de tand des tijds, het zou kunnen verworden tot een plaats waarvan mensen elkaar het eigendom betwisten.

En zo zijn er tal van bezwaren te bedenken. En daarom bedacht God een scheppingsmonument van geniale eenvoud. Geen stoffelijk en lokaal gedenkteken, maar een dag als monument van Gods schepping. De zevende dag van de week, de zaterdag, die door God apart werd gesteld en gezegend boven alle andere dagen. Een geschenk uit de hemel als vluchtheuvel om te ontkomen aan alle dagelijkse beslommeringen. Een geschenk overigens dat door de mens, zonder goedvinden van God, werd omgeruild voor een ander. Hoewel God de mens de zaterdag als monument van zijn schepping schonk, kozen veel mensen voor de zondag als alternatief monument. De dag van de zonaanbidders werd omgedoopt tot dag van de christenen. Gods geschenk werd geruild voor iets waarvan de mens dacht dat het beter was! Buiten de joodse gelovigen zijn er miljoenen christenen over de hele wereld die ook de sabbat vieren op de zevende dag van de week. Maar er zijn veel meer christenen die de eerste dag van de week vieren. Vaak in de overtuiging dat ze doen wat God van hen vraagt. Dat roept een aantal vragen op: Hoort het vieren van de zaterdag als sabbat immers niet bij de joden thuis? Alle oudtestamentische wetten, waaronder de regels over de sabbat, zijn voor christenen toch niet meer geldig? En als ze wel geldig zouden zijn, je kunt de klok toch niet zomaar terugzetten? Je kunt toch niet de hele maatschappij in de war sturen door een andere rustdag in te voeren? En wat maakt het eigenlijk uit op welke dag je naar de kerk gaat? En zo zijn er ongetwijfeld meer vragen te bedenken. In de volgende hoofdstukken worden de meest voorkomende vragen beantwoord.

De tien geboden afgeschaft?


'De vorige generatie christenen heeft met het dogma afgedaan, de huidige met de christelijke moraal.' Deze uitspraak bevat veel waarheid. Er zijn zelfs vandaag de dag veel theologen die beweren dat er geen absolute zedelijke norm is. Zij zeggen: je kunt niet vaststellen dat iets onder alle omstandigheden goed en iets anders onder alle omstandigheden fout is. Dat hangt helemaal van de omstandigheden af. De situatie bepaalt of iets goed of verkeerd is! Toch zijn er nog heel veel mensen die ervan uitgaan dat er een aantal onveranderlijke uitgangspunten voor een algemene moraal moet zijn: de tien geboden. Zowel joden als christenen beroepen zich op deze door God gegeven grondregels voor een liefdevolle samenleving. Jezus, die wordt gezien als de grondlegger van het christendom, heeft zich op dit punt overigens duidelijk uitgelaten. 'Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of tittel (wij zouden zeggen: een punt of komma) vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied' (Matteüs 5:17,18). Uit het verband blijkt over welke wet Jezus het heeft (Matteüs 5:21-32).

Hij licht zijn standpunt namelijk toe door enkele voorbeelden aan te halen. Hij gaat daarbij in op het plegen van echtbreuk en het plegen van een moord. Twee voorbeelden die alles te maken hebben met de tien geboden. Volgens Jezus gaat het niet alleen, zelfs niet in de eerste plaats, om de uiterlijke daad, maar om de diepere motieven van een mens. De goddelijke geboden die aan Mozes bekend werden gemaakt, zijn door Jezus allerminst afgeschaft. Hij heeft ze vervuld, dat wil zeggen Hij heeft het volmaakte voorbeeld gegeven, hoe ze moeten worden uitgevoerd, Ook Paulus, de voornaamste verkondiger van de christelijke leer, maakt duidelijk dat er slechts een slotconclusie ten aanzien van 'de wet' mogelijk is, Hij zegt in zijn brief aan de Romeinen: 'Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet' (Romeinen 3:31)!

Geloof en werken


Het geloof in God is van doorslaggevend belang. De Bijbel laat daarover geen twijfel bestaan: 'de rechtvaardige zal uit geloof leven' (Romeinen 1;17). Maar dat geloof houdt tevens in dat wij ons afvragen volgens welke richtlijnen God wil dat wij ons leven inrichten. 'Wat baat het, mijn broeder, of iemand al beweert geloof te hebben, als hij geen werken heeft' Jakobus 2:1c)? Deze logische vraag stelt de apostel Jakobus. 'Gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood' (Jakobus 2:26). Over welke 'werken' spreekt Jakobus? Hij doelt vooral op het naleven van de tien geboden. Hij heeft daar trouwens een prachtige naam voor; 'de koninklijke wet der vrijheid' (Jakobus 2:8,12). Dat hij de tien geboden bedoelt staat vast, Ook hij haalt doodslag en echtbreuk aan als voorbeelden. En hij onderstreept daarbij het belang van consequent zijn in het uitleven van deze goddelijke grondwet: 'Wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden' Jakobus 2:10).

Kan iemand met de Bijbel in de hand volhouden dat de wet van God er niet meer toe doet? Dat lijkt onmogelijk als we bijvoorbeeld de apostel Johannes serieus nemen. 'En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet ... Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zo te wandelen als Hij gewandeld heeft' (1 Johannes 2:6). Er lijkt voor christenen nog een uitvlucht mogelijk. Toen Jezus gevraagd werd naar de betekenis van de tien geboden, vatte Hij die als volgt samen: 'Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf' (Matteüs 22:37,38). Is dat wellicht de nieuwe wet die Jezus in plaats van de oude heeft gesteld? Allerminst. Dit is geen nieuwe wet, maar slechts een samenvatting die vrijwel woordelijk overeenkomt met wat ook al in het boek Deuteronomium in het Oude Testament staat (Deuteronomium 6:5). Zodra iemand zich afvraagt hoe de liefde tot God en tot de medemens ingevuld moet worden, komt hij vanzelf weer bij de tien geboden terecht,

Gods uitgangspunten zijn onveranderlijk


Sinds mensen op grote schaal van de tien geboden zijn gaan afwijken, is het er in de wereld niet beter op geworden (Exodus 20:1-17 en Deuteronomium 5:6-21). Een terugkeer naar Gods onveranderlijke uitgangspunten zou tot een wereld leiden die veel gelukkiger zou zijn. Maar zoals gezegd, de tien geboden serieus nemen betekent meer dan luisteren naar alleen de letter. Het gaat om de geest van de wet, om de motieven van de mens, om de diepere bedoeling. Als het gebod luidt: 'Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben', dan heeft dat niet alleen betrekking op de afgodsbeelden zoals we die in volkenkundige musea aantreffen, maar ook op de manier waarop wij luxe en materiële zaken kunnen verafgoden.

Als het gebod zegt dat we de naam van God niet 'ijdel' mogen gebruiken, gaat 't er niet alleen om dat we niet mogen vloeken, maar ook dat we Gods naam niet mogen gebruiken als vlag om een bedenkelijke lading te dekken. Het gebod 'eert uw vader en uw moeder' zou altijd het uitgangspunt moeten vormen in discussies over de generatiekloof tussen ouders en kinderen. Het 'gij zult niet doden' verbiedt niet alleen moord en doodslag in de gebruikelijke betekenis van het woord, maar zou ook het uitgangspunt moeten vormen in discussies over euthanasie, abortus en militaire vraagstukken. De tien geboden zijn geen wetboek met honderden uitgewerkte paragrafen die voor elk moreel dilemma een gedetailleerd antwoord geven.

De tien geboden vormen een onver anderlijke grondwet die ons belangrijke basisprincipes leert, vanwaar ons geweten ons verder de weg wijst. Terug naar het onderwerp van deze brochure, de rustdag. Als de tien geboden nog gelden, wat doen we dan met het vierde gebod: 'Gedenk de I sabbat dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God, dan zult gij geen werk doen'? Hoe kunnen we dat gebod serieus nemen? Het antwoord is heel eenvoudig: door gewoon te doen wat het gebod van ons vraagt!

De dag van de joden?


We zagen 't al eerder, ruim voordat het volk Israël de tien geboden kreeg, functioneerde de sabbat al. De sabbat maakte vanaf het begin van onze wereld deel uit van de onveranderlijke relatie tussen de mens en zijn Schepper. Universeel wat tijd en plaats betreft en daarom duidelijk anders dan de veranderlijke, rituele vormen waarmee de mens zijn Schepper aanbidt. De eigenlijke betekenis van het Hebreeuwse woord voor sabbat is 'ophouden, rusten'. Het uiteindelijke doel van de sabbat is het verstand en het morele bewustzijn van de mens te stimuleren, als gevolg van zijn relatie met God. Het getuigt van groot onbegrip deze door God voor dit doel bestemde dag te veronachtzamen en in plaats daarvan een dag naar eigen keuze te stellen: de eerste dag van de week. Daarmee plaatst de mens zich boven God. Bij de discussie over de viering van de zevende of de eerste dag van de week, gaat het er uiteindelijk om of we het gebod van de Schepper hoger achten dan de neiging onze eigen wil centraal te stellen. Dat laatste zorgde in de hemel al voor de val van de engel die de tegenstander (satan) van God werd. In principe gaat het bij de sabbatviering dus eigenlijk om een beslissend onderscheid in het aloude conflict tussen goed en kwaad, en voor de christen tussen Christus en satan. Satan heeft gedurende de loop van de geschiedenis voortdurend getracht de mens met bedrieglijke voorstellen te hinderen in z'n relatie met God. Voortdurend kwam hij met oplossingen die I aantrekkelijker schenen dan de oorspronkelijke bedoeling, maar het niet waren. l5 Op die manier laat in de christelijke kerk de zaterdag vervangen door de zondag. De Bijbel is het 'instructieboek' waarin de Maker van de mens advies geeft aan zijn schepselen. Waarom zouden we het instructieboek van onze auto wel serieus nemen (niemand gooit diesel in een benzine auto) maar dat van onszelf niet?
Maakt 't veel uit om zaterdag of zondag te vieren? Niemand zou erover peinzen bevrijdingsdag op 6 mei of nog een heel andere datum te vieren, en zeker niet op een feestdag van de toen malige tegenstander. En toch zouden we wel de bijbelse rustdag vervangen door de heidense rustdag van de zonaanbidders? Het ogenschijnlijk kleine verschil tussen de twee dagen kan grote gevolgen hebben in de relatie met onze Schepper. Wie een radiostation zoekt, maar op de schaal slechts enkele millimeters afwijkt, ontvangt alleen ruis of een heel ander station. En wie zich bij 't intoetsen van een telefoonnummer een cijfer vergist, krijgt niemand of heel iemand anders dan bedoeld aan de lijn! Theologisch gezien is de verbinding tussen schepping en sabbat van bijzondere betekenis.

Wat God op de zevende scheppingsdag deed, was ophouden met zijn werk van de eerste zes dagen, zoals de oorspronkelijke betekenis van het Hebreeuwse woord shabbat (ophouden) aangeeft. Het was dus niet een uitrusten van vermoeidheid (Jesaja 40:28). Dat God kon ophouden met werken laat zijn vrijheid zien. Hij is geen blinde, steeds werkende natuurkracht (zoals evolutionisten willen doen geloven) maar een God die in soevereine vrijheid schept of met scheppen ophoudt wanneer Hij dat wil. Dat God rustte wijst erop dat zijn scheppingswerk voltooid was en dat Hij met alles wat Hij geschapen had tevreden was. Dat bewijzen ook de woorden: 'En zie, het was alles zeer goed' (Cenesis 1:31).

Voortdurend heeft God zijn sabbat in het teken van bevrijding geplaatst. Toen de Israëlieten in de woestijn rondzwierven en er geen voedsel was, zorgde God voor een wonder, Hij gaf elke dag voedsel, maar elke zevende dag bleef dat voedsel uit. In plaats daarvan gaf hij op de zesde dag een dubbele portie. Daarmee liet God overduidelijk zien hoe belangrijk de sabbat voor Hem was (Exodus 16). Het belang van de sabbat komt ook sterk naar voren in de tien geboden. Het sabbatsgebod is het hart van de wet. Herhaaldelijk wordt dat onderstreept. Mozes moest in opdracht van God tegen Israël zeggen: 'Maar mijn sabbatten moet gij onderhouden want dat is het teken tussen mij en u, van geslacht tot geslacht, zodat gij weet, dat ik de Here ben die u heiligt' (Exodus 31:13). Een echo daarvan vinden we in de woorden van de profeet Ezechiel, die zo'n duizend jaar later leefde: 'Heiligt mijn sabbatten, dan zullen deze een teken zijn tussen Mij en u, opdat gij weet, dat Ik, de Here uw God ben' (Ezechiel 20:20; Ezechiel 20:12). De sabbat zorgde ervoor dat de Israëlieten elke week opnieuw bepaald werden bij hun afhankelijkheid van God. In de tien geboden wordt een rechtstreeks verband gelegd tussen de sabbat en de schepping en in een enigszins afwijkende versie van de tien geboden wordt de sabbatviering in verband gebracht met de bevrij ding die Israël had ervaren uit de Egyptische slavernij (Exodus 20:11; Deuteronomium 5:6-21). De sabbat had een bijzondere betekenis voor de Israëlieten die als geen ander volk de bevrijdende hand van God hadden gevoeld. Maar het was bepaald niet de bedoeling dat de sabbat een exclusieve aangelegenheid zou zijn voor een volk. Ook andere volken moesten kennis maken met de sabbat en deze dag gaan 'heiligen' (Jesaja 56:1-8). In feite was het een van de hoofdopdrachten aan Israël om daarvoor te zorgen.

De dag van Jezus Christus


Van Jezus is bekend dat hij leefde in overeenstemming met alle geboden en voorschriften van de thora (Manaus 22:34-40). Wel keerde Hij zich af van allerlei godsdienstige gebruiken die Hij niet als zinvol beschouwde (Marcus 2;18-20). Hij keerde zich tegen loze tradities en ging meer dan eens tegen de gangbare gewoonten in. Maar op het punt van de sabbat sloot Hij zich nadrukkelijk aan bij het patroon van zijn tijdgenoten. Hij ging 'naar zijn gewoonte' op sabbat naar de synagoge, de plaats van de joodse eredienst (Lucas 4:16,31). Overigens had Jezus wel degelijk kritiek op de wettische wijze waarop joodse wetgeleerden de sabbat invulden. De overdreven wijze waarop schriftgeleerden hadden omschreven wat op sabbat wel en niet mocht, had in wezen het karakter van de sabbat ontkracht. Tegen die manier van sabbatvieren ging Jezus in (Marcus 2:23-28; Matteüs 12:1-8; Lucas 6:1-5 en Matteüs 12:9-14 en alle parallelle teksten).

Hij gaf het volmaakte voorbeeld van hoe de sabbat kan functioneren, zodat de mens er geestelijk en lichamelijk wel bij vaart. Jezus toonde zich daarmee heer van de sabbat (Matteüs 12:8; Marcus 2:28; Lucas 6:5). Ook de leerlingen van Jezus waren trouwe sabbatvierders. Van Paulus lezen we dat hij steeds op sabbat naar de synagoge gelig (Handelingen 17:3). Als er een verandering zou zijn geweest, dan had het Nieuwe Testament ons daar zorgvuldig over ingelicht. Maar het Nieuwe Testament gaat uit van de sabbat als een zo vanzelfsprekend onderdeel van de christelijke geloofsvisie, dat daar verder geen woord aan wordt gewijd. Jezus had een overduidelijk voorbeeld gegeven. Hij had gezegd niet gekomen te zijn om de wet teniet te doen, maar juist om die aan ons voor te leven. Dat sluit elk misverstand uit.

Who's Online?

Members currently online: 0

Guests currently online: 31

Dear God

94c5a8862e28a6a9cf1d936c3be243b62493

Exposing Your Grace

Dear God: It's a new day and I thank You for bringing me to it; for the benefits of rest and rene...

A25362be872074abff92a4e7a4500f38b1e2

Sand Dollars and Snow

Dear God: Thank you for making our world so diverse. I used to live in the Midwest where it's col...